|
|
De crisis in het voormalige Joegoslavië komt maar niet tot een oplossing. Troepen van de Verenigde Naties zijn nu ruim een jaar actief en kunnen ondanks grote tegenwerking goed werk doen, maar de strijdende partijen lijken zich niet aan hun aanwezigheid te storen. De economische blokkade van Servië sorteert ook al niet het effect wat ervan verwacht wordt. Ondertussen bereiken ons via de media zorgwekkende reportages.
Afgelopen jaar was ik al dienstplichtig korporaal werkzaam bij NAPO op het Centraal Veldpostkantoor in Utrecht. Gezien NAPO opereert daar waar Nederlandse troepen gestationeerd zijn, had ik enkele dienstmaten die, op vrijwillige basis, naar Joegoslavië waren uitgezonden. Ik kende hen persoonlijk en werkte met hen samen. Het onderwerp ligt me daarom aan het hart, hoewel ik natuurlijk slechts een toeschouwer op grote afstand ben in dit conflict.
Thans lijkt een militair ingrijpen dichterbij dan ooit. Menigeen vraagt zich af waarom daar zo lang mee gewacht wordt, en er wordt soms zelfs gewezen op mogelijke parallellen met de gevolgen van de passieve houding ten aanzien van de ontwikkelingen in het vooroorlogse Derde Rijk.
Er is natuurlijk aanleiding om aan een militair ingrijpen te denken. Alleen al om humanitaire redenen zou men gewapende interventie verlangen - de berichten over etnische zuivering, terreur jegens burgers en concentratiekampen vervullen een ieder met diepe afschuw. Daarnaast zijn er nog andere redenen om de crisis op de Balkan geforceerd te beëindigen. Nog steeds is er de mogelijkheid van escalatie waardoor een onoverzichtelijk en daarom onvoorspelbaar conflict ontstaat, waarbij vele partijen betrokken zullen raken. Ook heeft de oorlog vluchtelingenstromen in gang gezet, waarvoor repatriëring de enige oplossing lijkt.
Het is echter complex om in Joegoslavië militair in te grijpen. Het probleem ligt er niet in dat bijvoorbeeld de Servische en Kroatische regeringen tot de orde geroepen zouden kunnen worden, maar veeleer in de mogelijkheid dat de verschillende warlords met hun militaire bendes een guerilla-oorlog zullen beginnen. Een regulier leger is niet voor een guerilla-oorlog uitgerust. Zo heeft het Duitse leger de partizanen nooit onder controle gekregen, moesten de Amerikanen de strijd in Vietnam en Cambodja staken en konden de Russen Afghanistan niet in hun greep houden.
Een guerilla-oorlog in Joegoslavië zal uitmonden in een langdurig conflict waarin terreur en bloedig geweld aan de orde van de dag zullen zijn, en waar de burgerbevolking het zwaarst onder zal lijden. Het politieke bloed zal kleven aan de handen van alle regeringen die troepen zullen sturen, en daar hebben deze niet het minste belang bij. Wil men militair ingrijpen dan moet men een antwoord vinden op de vraag of als gevolg daarvan de oorlog bekort wordt, er uiteindelijk minder slachtoffers te betreuren zullen zijn en de mensenrechten minder met voeten getreden zullen worden. Dat is natuurlijk een duivels dilemma waarop het antwoord bijna niet te bedenken is. In alle varianten is het risico groot en zijn de consequenties zwaarwegend.
Natuurlijk spelen er nog meer argumenten een rol - zoals de veranderende rol van de NAVO - maar het is begrijpelijk dat er niet lichtzinnig tot militair ingrijpen overgegaan wordt. Echter, de vraag wat verstandig en wat wijs is, kan misschien maar beter niet gesteld worden.