|
|
|
{"Languages take such a time, and so do
all the things one wants to know about." The Lost Road. John Tolkien.} |
Elk jaar nodigt de middelbare school van mijn dochter ouders uit voor een avond met informatiesessies, om leerlingen te helpen zich op hun toekomst te oriënteren. Het idee is dat ouders uit allerlei beroepsgroepen elk ongeveer een half uur in gesprek gaan met kleine groepjes leerlingen die zich voor jouw sessie hebben aangemeld. Er wordt van je verwacht dat je vertelt over je studie en loopbaan, en de leerlingen worden geacht vragen te stellen. Zoals je kunt verwachten, zijn sommigen goed voorbereid, terwijl anderen een beetje aangemoedigd moeten worden. Ik geniet enorm van die gesprekken met de volgende generatie, die het leven nog voor zich heeft.
Ik ben fysisch chemicus, dus het is geen wonder dat de discussie zich concentreert op aspecten van een carrière in de wetenschap en techniek. Eén vraag komt echter vaak naar voren – en als dat niet het geval is, breng ik die zelf ter sprake als afsluitende opmerking voor de groep. Die vraag is "Wat is de belangrijkste les die je hebt geleerd?".
Als antwoord op deze vraag geef ik de tieners aan tafel wat vaderlijk advies op basis van persoonlijke ervaring, en voeg ik vervolgens een slotopmerking toe die de tieners meestal verrast. Ik moet uitleggen wat ik bedoel - en dat is precies mijn opzet - als ik zeg:
Wees een autodidact, wees meertalig, leer talen!
Je zou kunnen tegenwerpen dat er veel meer vakken zijn die de moeite waard zijn om te studeren dan talen, en daar ben ik het mee eens, maar als praktisch advies aan jonge studenten lijkt het leren van talen mij een prioriteit. Ik merk vaak dat mensen hier in Nederland ervan uitgaan dat de meeste mensen in de wereld Engels begrijpen. Feit is echter dat slechts één op de vijf mensen op deze wereldbol Engels spreekt; het punt is wellicht dat een gemiddelde Nederlander waarschijnlijk geen van die andere vier zal tegenkomen. Maar zelfs in Europa is Engels misschien wel een lingua franca in bepaalde kringen, maar buiten die geledingen is dat niet vanzelfsprekend het geval. De huidige ontwikkelingen in de Europese Unie kunnen de positie van het Engels in de toekomst zelfs verzwakken, en een ambitieuze student moet voorbereid zijn op Aristoteles’ horror vacui.
De opvatting dat het voldoende zou zijn om je in de wereld te redden met alleen Engels en Nederlands, is opmerkelijk hier in Nederland, omdat we vroeger juist bekend stonden om onze beheersing van vreemde talen. De economie van ons land is afhankelijk van intensieve handel met onze buurlanden, die afgezien van de Vlamingen, geen Nederlands spreken. Daarom nemen moderne talen ook vandaag de dag nog een prominente plaats in binnen het leerplan van het voortgezet onderwijs. Maar hoeveel Nederlanders ken je die bijvoorbeeld Frans, Spaans of zelfs Duits op professioneel niveau beheersen? En daarmee bedoel ik niet mensen die in het dagelijks leven geen andere talen nodig hebben, maar juist degenen die dat wel nodig hebben vanwege betrekkingen bij internationale bedrijven, scholen, universiteiten …
Natuurlijk vereist professionele vaardigheid het aanleren van specifiek (technisch) vocabulair en het oefenen telkens wanneer er zich een gelegenheid voordoet. Dit is niet haalbaar binnen een middelbare-school curriculum en is daarom de eigen verantwoordelijkheid van de leerling. Het kunnen citeren van Sartre of meezingen met Édith Piaf is niet de taalvaardigheid die je nodig hebt wanneer je een Franse productiemanager en zijn team assisteert die overuren maken om onder druk een vastgelopen productielijn weer op gang te brengen - niet bepaald la vie en rose, dat kan ik uit ervaring vertellen. Zoals bij veel vaardigheden geldt: wat je moet weten voordat je iets nieuws kunt doen, moet je leren door het te doen. Wees niet bang! Dat is de boodschap die ik wil overbrengen tijdens de voorlichtingsbijeenkomsten voor de leerlingen op de middelbare school van mijn dochter.
Ik heb eigenlijk een omweg gemaakt – op een bepaald moment in mijn leven had ik een dwingende reden om Spaans te leren. Later moest ik voor mijn werk mijn Frans weer op peil brengen, want dat was weggezakt nadat ik het sinds de middelbare school niet meer had gebruikt. Omdat ik Spaans had geleerd, heb ik mijn Frans weer opgepakt door Spaanse leerboeken over het Frans te bestuderen, waarbij ik de ene taal gebruikte om de andere weer vooruit te brengen, en zodoende beide tegelijkertijd oefende. Maar de route is niet belangrijk; het gaat erom dat we verantwoordelijkheid moeten nemen voor onze eigen meertaligheid. Anders zal de reputatie van de Nederlandse Polyglot echt alleen maar betrekking hebben op de generaties vóór ons.
Om zowel professionele als persoonlijke redenen reis ik door Europa en ontmoet ik mensen met uiteenlopende achtergronden. Velen, zo niet de meesten, hebben ooit Engelse lessen of cursussen gevolgd. Je komt mensen tegen die in onberispelijk Engels met je praten, maar ook mensen die het liever niet spreken. Mijn ervaring is dat er twee belangrijke redenen zijn voor dat laatste.
Ten eerste werk ik voor een Amerikaans bedrijf waar de bedrijfstaal uiteraard Amerikaans Engels is. Wanneer je een Franse multinational bezoekt, is de bedrijfstaal begrijpelijkerwijs Frans, en dat geldt waarschijnlijk ook voor hun dochterondernemingen buiten Frankrijk. Met name plenaire vergaderingen zullen dus waarschijnlijk in het Frans worden gehouden en als je je daarmee geen raad weet, tant pis. Evenzo kan er in Duitsland van je verwacht worden dat je in het Duits converseert.
Ten tweede gebruiken heel wat mensen het Engels niet regelmatig en kunnen er daarom de voorkeur aan geven om het niet te spreken in zakelijke gesprekken. Enerzijds kan je gesprekspartner zich gewoon onzeker voelen, anderzijds kan onvoldoende beheersing leiden tot fragmentarische of verkeerd begrepen communicatie. De partner met de minste ervaring in een gemeenschappelijke taal bevindt zich simpelweg in een nadelige positie en zal dat natuurlijk willen vermijden, dat zou je zelf ook doen.
Even terzijde: de bovenstaande alinea sluit aan bij de huidige discussies over verschillende opleidingen aan Nederlandse universiteiten die uitsluitend in het Engels worden aangeboden. Het is de bedoeling om tegemoet te komen aan een breed scala aan nationaliteiten van studenten, en zo de Nederlandse universiteiten te promoten qua patet orbis. Wat mij betreft rijzen hier twee vragen: geeft dit een voordeel aan studenten voor wie Engels de moedertaal is ten opzichte van studenten die geen moedertaalsprekers zijn, en krijgen studenten wel het best mogelijke onderwijs als ook de docent geen moedertaalspreker is? Dit onderwerp verdient echter een aparte blogpost.
Toen ik in de jaren tachtig aan de universiteit studeerde, waren de studieboeken voornamelijk in het Engels, Nederlands (de meeste syllabi) of zelfs Duits, afhankelijk van wat de docent als de beste tekst voor een vak beschouwde. In die tijd waren we allemaal Nederlandse studenten, en sommigen die het Duits niet machtig waren protesteerden misschien wel, maar het antwoord was dat je die tekortkoming moest verhelpen voordat het tentamen werd afgelegd. Met andere woorden: je bent een academische student, gedraag je dan ook zo.
Dat laatste is nog een reden waarom men verschillende talen zou moeten beheersen. Om de beroemde filosoof Wittgenstein te citeren: Die Grenzen meiner Sprache bedeuten die Grenzen meiner Welt. Waar woorden tekortschieten, schieten ook gedachten tekort. Deze filosofische overwegingen zijn bijvoorbeeld verwoord in de hypothese van taalkundige relativiteit, die soms de Sapir-Whorf-hypothese wordt genoemd, hoewel taalkundigen die laatste term als een verkeerde benaming beschouwen, maar dit terzijde.
De vraag is of je een gedachte zou kunnen hebben die niet in je eigen taal kan worden uitgedrukt. Elke taal heeft zijn eigen mogelijkheden en beperkingen. Wat is bijvoorbeeld een exacte vertaling in je moedertaal van het Franse woord esprit of het Nederlandse woord gezellig, en waarom is in het Engels angst een leenwoord? Elke nieuw aangeleerde taal geeft iemand een breder perspectief op de wereld – nieuwe syntax en woordenschat om nieuwe ideeën uit te drukken, en een beter begrip van andere culturen.
En is dat niet één van de pijlers van persoonlijke groei?