|
|
Het is een zaterdag in augustus, half zes in de ochtend. We verzamelen op dit vroege uur voor een voettocht van Lauwersoog naar Schiermonnikoog. Sommigen hebben overnacht op de nabijgelegen camping, enkelen hebben voor een hotel gekozen en de rest is eigenlijk doorwaakt. Op het startpunt aangekomen voegen zich gidsen bij ons. Een ervan zegt dat onze eerdere survivaltraining in de Ardennen ons van pas zal komen. Hier en daar wordt een wenkbrauw gefronst.
Nagekeken door slaperige schapen loopt de groep met gezwinde pas over een dijk de nevelige zonsopgang tegemoet. De oversteek begint zes kilometer oostelijk van het verzamelpunt, waardoor de spieren een beetje loskomen. Rond half acht baggeren we dan door het zilte slik.
Schiermonnikoog lijkt verraderlijk dichtbij. Maar als je tot de knieën in de modder zakt en tot je middel in het stromende zoute water staat, dringt het besef door dat het lange kilometers worden. De gidsen houden het tempo hoog, want we moeten aan land voordat het water ons boven het hoofd stijgt.
In de volgende uren banen we ons een weg over de drooggevallen zeebodem. Het wad is slecht vandaag, overal is het zand bedekt met een laag modder. Hier en daar ligt een hulpeloze gestrande kwal of graaft een krabbetje zich in. Het laagste tij is al geweest, en er is geen weg meer terug. Het weer werkt echter mee. De eerste uren is het betrokken, daarna breekt een zonnetje door.
Uiteindelijk passeren we de vaargeul nabij het eiland. We spoelen ons met graagte af in het wassende water. Het inkomende tij neemt grote harders uit de Noordzee mee; hun rugvinnen schieten rondom ons door het wateroppervlak.
Een deel van de groep splitst zich af om onder begeleiding van de tweede gids door de kwelder te trekken. We doorkruisen velden sterk ruikende, zoutminnende vegetatie en doorwaden vele slenken. De kwelderbewoners, buiten het broedseizoen voornamelijk meeuwen, scheren laag over het groene land, of rennen gepikeerd voor ons weg.
Even later staren we in de ogen van us mem en weten onszelf weer aan land. Een korte tocht door de duinen brengt ons in de vroege middag naar de kampeerboerderij waar een warme douche verademend werkt. De middag wordt naar eigen inzicht besteed. Terwijl de één herstelt van de inspanningen, fietst de ander nog even het eiland rond.
De avond brengt een gezellige barbecue. Aan geroutineerde koks is geen gebrek, aan eten evenmin. De rest van de zwoele avond wordt door ieder op eigen wijze beleefd. In de nacht worden velen geconfronteerd met herinneringen aan jeugdherberg of kazerne. Zwarte koffie en frisse melk maken op de vroege zondagochtend wel weer wat goed.
Of het nog niet genoeg is volgt een stoomcursus kaartlezen en kompasgebruik, om vervolgens in kleine groepen op puzzeltocht gestuurd te worden. Deze blijkt echter ambitieus van opzet, en vanwege het stralende weer verkiezen velen onderweg toch maar terras en water. De verdere dag verstrijkt loom en ontspannen.
Aan het einde van de middag gaat het dan op een volle veerboot weer landwaarts. Het was zwaar en sommigen moesten diep gaan, maar we hebben het toch maar mooi volbracht. Morgen, is het gewoon weer maandag.