|
|
Onlangs raakte ik weer eens in een discussie verzeild waarin de vraag gesteld werd of computers ooit zullen gaan denken. Al eerder poneerde ik in een vrij grote groep mensen de stelling dat het een illusie is te verwachten dat wij ooit een machine construeren die intelligent is zoals wij dat zijn, of ons althans met die indruk achterlaat. Op deze stelling kwam erg weinig respons. Ik vond dat opvallend, alsof men het onderwerp kennelijk de moeite van het aanroeren niet waard vond, of men er zich geen raad mee wist.
Er zijn mensen die er niet van overtuigd zijn dat het ons nimmer zal lukken om een machine te construeren die ons ervan kan overtuigen dat deze intelligent is, met andere woorden, met gunstig gevolg de Turing-test kan doorstaan. Een saillant detail is nu, dat met de intellectuele erfenis van dezelfde Alan Turing wellicht een argument geconstrueerd kan worden waarmee de onmogelijkheid van het bestaan van een intelligente machine beargumenteerd wordt.
Een computer is een fysieke implementatie van een abstracte automaat, een zogenaamde Turing-machine. Dankzij de theoretische informatica weten wij veel over deze machines. Turing-machines bestaan bijvoorbeeld in verschillende klassen, en ze kunnen binnen een klasse geen uitspraken over elkaar doen. Daarom is bijvoorbeeld het stop-probleem onoplosbaar. De mensheid heeft daarentegen een systeem geconstrueerd dat wél uitspraken over zichzelf doet; namelijk de wiskunde, zo weten wij sinds Gödel. Wij hebben blijkbaar een eigenschap die geen Turing-machine, lees computer, heeft. Exit computer die denkt zoals wij dat kunnen?
Toch moeten wij de aanhangers van kunstmatige intelligentie die werken aan vertaalprogramma's, schaakcomputers enzovoorts, niet ontmoedigen. Slechts uit het midden van degenen die het onmogelijke durven te dromen komt de enkeling voort die iets wezenlijk nieuws in het midden brengen kan. En dat maakt het allemaal toch weer de moeite waard.