|
|
Degenen die wel eens tussen scheikundigen zitten horen regelmatig het woord "thermodynamisch" voorbij komen. Dat komt omdat thermodynamica een erg belangrijk vak is in de chemie. Het heeft echter de reputatie nogal moeilijk te zijn. Menig chemicus wordt wit om de neus als ze terugdenken aan het tentamen thermodynamica. Ik wil dan ook eens eenvoudig uitleggen waar het vak eigenlijk over gaat.
Thermodynamica gaat over het omzetten van energie, van warmte naar arbeid en vice versa. Wetenschap en techniek gaan hier hand in hand. Het vak boekte flinke vooruitgang in de tijd van de industriële revolutie en de napoleontische oorlogen. De stoommachine was net uitgevonden, en het bouwen van efficiënte stoommachines was een belangrijke economische en militaire beweegreden.
Omdat klassieke thermodynamica begon in de werktuigbouw, is het een fenomenologisch vak dat gaat over zaken op grote schaal – machines en bulk. De theorie bekommert zich niet eens om klein grut zoals atomen of moleculen. In plaats daarvan hanteert zij abstracte termen als "vrije energie" of "entropie". Het is meer een soort boekhouding van een energetische balans.
Daar zit denk ik ook de moeilijkheid voor hedendaagse studenten – ze redeneren vanuit de hun vertrouwde kleine bouwsteentjes, maar daar gaat die theorie niet over. Ik zie dat het veel tijd kan kosten voordat dit besef bij jonge mensen doordringt, soms pas ná het tentamen. Ik ben daarom van mening dat een vak als dit moet beginnen met het behandelen van de geschiedenis ervan in het eerste college. Laat ik je meenemen in hoe ik het aan studenten uitleg, die ik help met de voorbereiding op een tentamen klassieke thermodynamica.
We gaan terug naar de uitvinding die de industriële revolutie mogelijk maakte. Het idee van een stoommachine gaat al terug naar de zeventiende eeuw. Papin en Huygens bedachten dat je water in een cylinder kon opwarmen zodat stoom een zuiger omhoog bewoog, die na afkoeling onder eigen gewicht weer terugzakte. Een leuk gevalletje zonder praktisch nut vanwege de omslachtige en trage manier van werken. Er was trouwens ook nog geen technologie om een fatsoenlijk sluitende cylinder met zuiger te fabriceren.
In de eeuw erna was er een energiecrisis in Engeland. De voornaamste brandstof was hout, maar de Engelsen hadden ook veel bomen voor hun immense vloot nodig, met kaalslag als gevolg. Het stoken van kolen lag voor de hand, maar de mijnen liepen vol water. Een zekere Newcomen bedacht dat een grote versie van Papin’s speeltje als pomp gebruikt kon worden. Deze eerste stoommachines moesten worden gestookt met onbenullig veel kolen, maar dat boeide niemand omdat ze bovenop een kolenmijn gebouwd waren. Wilde je de machine ergens anders gaan gebruiken, dan moest hij eerst veel efficienter worden.
James Watt bedacht hoe Newcomen’s machine efficienter kon worden, waardoor ze ver van een kolenmijn nog rendabel waren, en hoe je er allerlei handige machines mee kon aandrijven. De industriële revolutie was daarmee een feit. Maar hoewel Watt wist dat er een grens zat aan de efficiëntie van een stoommachine, kon hij dat niet verklaren. Hoeveel arbeid kan een machine maximaal verrichten, gegeven een hoeveelheid warmte? Daarvoor moeten we naar Engelands toenmalige Nemesis, Frankrijk.
Sadi Carnot was een jonge officier in Napoleon’s leger. Hij keek met lede ogen naar Engelse stoommachines en besloot Frankrijk een voorsprong te geven. Hij ontdekte niet alleen waar de efficiëntie van een stoommachine van afhing, maar bedacht ook een briljante verklaring waarom dit onafhankelijk was van het ontwerp. Dit werk bracht aan het licht dat arbeid compleet kan worden omgezet in warmte, maar dat het arbeid kost om warmte om te zetten in arbeid. Dit is nog altijd hét schoolvoorbeeld van een technisch probleem dat tot fundamenteel wetenschappelijk inzicht geleid heeft.
Carnot schreef er een mooi boek over – La puissance motrice du feu. Dat moet je echt eens lezen. Kreeg Carnot een standbeeld van een dankbare natie? Welnee, hij werd genegeerd totdat vele jaren later Benoît Clapeyron dit boek las om een betere stoomlocomotief te kunnen bouwen. De Carnot cyclus, die iedere bèta-student moet leren, is bedacht door Clapeyron. Daar zitten begrippen in die in Carnot’s tijd nog onbekend waren, en dat maakt het werk van Carnot zo knap.
Hoe zit dat nu met al die moeilijke termen waarmee ingenieurs en wetenschappers graag schermen? Je hebt altijd energie, een hoeveelheid arbeid en warmte, nodig om iets te creëren. Dit is de zogenaamde "interne energie" van je creatie, en die kun je volgens Carnot dus niet meer volledig terugwinnen als nuttige arbeid. Interne energie is dan ook de som van nuttige arbeid die wél verricht kan worden, vrije energie, en voor arbeid onbeschikbare energie die verband houdt met "entropie". Die laatste term komt uit het Grieks en betekent hier zoveel als "in verval". Zo, nu ken jij al die moeilijke woorden ook, waar je op een feestje geheid indruk mee zult maken.
Geleerden begonnen te ontdekken dat thermodynamica niet alleen betrekking heeft op stoommachines, maar op álle chemische en natuurkundige processen toepasbaar is. Er zijn veel grote namen aan verbonden – Clausius, Thomson, Gibbs, Helmholtz, Boltzmann … de lijst gaat maar door. Daarom hoor je mensen op een lab zo vaak praten over thermodynamica. De essentie van het vak is uiteindelijk samengevat in slechts twee hoofdwetten.
De eerste is dat de hoeveelheid energie in het universum constant is. Energie komt ergens vandaan of gaat ergens naartoe. Ware dat niet zo dan zou je een machine kunnen maken die gratis arbeid levert nadat hij gestart is. Zo'n wonder, een perpetuum mobile, zoeken mensen natuurlijk al eeuwenlang, maar dat is kwakzalverij. Pas in de twintigste eeuw kwam prominent wiskundige Emmy Noether met een diep inzicht: als natuurwetten in de tijd niet veranderen, en daarvan gaan we uit, dan is de eerste hoofdwet het noodzakelijke gevolg.
De tweede hoofdwet vat het werk van Carnot samen. De hoeveelheid nutteloze energie, en daarmee wanorde, neemt alleen maar toe. Zou dat niet zo zijn dan zou je een schip kunnen laten varen door alleen maar warmte te onttrekken aan het water waar het op dreef. Zo'n schip zou dan een voorbeeld van een perpetuum mobile van de tweede orde zijn, maar je verspilt beter geen tijd aan het uitvinden ervan.
Deze tweede hoofdwet is trouwens het enige natuurkundige principe dat richting geeft aan tijd. Die kan alleen maar vooruit, en het universum verliest langzaam vrije energie totdat die helemaal uitgeput is, er overal dezelfde temperatuur heerst en er alleen nog maar straling overblijft. Een roemloos einde, maar geloof me, het zal onze tijd wel duren.
Ik hoop dat je nu een idee hebt waar thermodynamica over gaat, en dat het een belangrijk maar ook best lastig vak is. In een volgend artikel kunnen we het eens hebben over andere vakken waar je je hele leven wat aan hebt. Graag tot een volgende keer!
Gepubliceerd in Wetenschap. Meer over Natuurkunde of Scheikunde.
© 1993-2026 J.M. van der Veer
jmvdveer@algol68genie.nl